Dag lieve zomer, tot volgend jaar.
De herfst staat om de hoek.
De blaadjes gaan van groen, naar bruin, naar weg
En de zon die wordt weer schuw.
De taak van de tuin water geven, neemt de herfst van je over.

Ik heb zelf een hekel aan warm weer, ik kan er enorm slecht tegen. Geef mij maar kou; je kunt altijd meer laagjes uitdoen. Maar op een gegeven moment heb je geen laagjes meer om uit te doen in de zomer. Dit betekent niet dat ik een groot fan ben van de winter. Alles wordt grauw en nat. Ik houd juist van felle kleuren als ik over straat fiets, ik houd van fluitende vogeltjes en van met z’n alle buiten zitten en dat je na negenen nog steeds in het licht naar huis kan fietsen.

Ik ben niet alleen. Ik denk dat heel veel mensen zich kunnen vinden in wat ik hierboven schrijf. Ook in de medische wereld is dit een bekend fenomeen. Sommige mensen hebben hier nog meer last van dan ik. Winterdepressie, of seizoensgebonden depressie (seasonal affective disorder, SAD, in de literatuur) is jammer genoeg een wetenschappelijk bewezen aandoening. 

De precieze pathofysiologie is, net zoals bij de niet-seizoensgebonden depressie, niet geheel bekend. Winterdepressie is een vorm van depressie, dus we weten wel dat een verstoring van de serotonine huishouding in de hersenen er de basis van vormt. Daarbij blijkt dat lichttherapie effectief te zijn, wat suggereert dat de vermindering van natuurlijk licht of de verstoring van circadiaanse ritmes ook een rol spelen. Deze lichttherapie blijkt even effectief te zijn als farmacologische therapie bij niet-seizoensgebonden depressie. Dat is ontzettend fijn, want iedereen die er ervaring mee heeft, of de werkingsmechanismen van antidepressiva goed in zijn hoofd heeft zitten, weet dat reguliere antidepressiva een waslijst aan vervelende bijwerkingen hebben. 

Maak je geen zorgen, ik ga hier geen lezing geven over psychiatrische aandoeningen, ik ga je niet doodvervelen met neurobiologie en baansystemen. Daar hebben we goed betaalde mensen voor in deze opleiding. 

Nee, in dit artikel wil ik benadrukken dat het praten over jouw eigen mentale gezondheid normaal is. Dat dat moet kunnen. Dat daar geen taboe op moet zitten.

Dan zal ik zelf maar beginnen. Aan het begin van vorig jaar zat ik, naar mijn eigen gevoel -daar is toen geen behandelend zorgprofessional aan te pas gekomen- tegen een burn-out aan. Ik was dag in, dag uit hartstikke gestrest. Ik was ontzettend moe en kon me maar weinig meer concentreren. Na het eerste half uur van een college kon ik eigenlijk maar weer beter naar huis gaan, want ik kreeg toch niks meer mee. Ik heb ook dagen gehad waar ik in de late uurtjes van de nacht of vroege uurtjes van de ochtend niet veel meer kon doen dan een stevig potje janken. Ik kon ‘s avonds alleen maar naar hele verdrietige muziek luisteren, wat het alleen maar erger maakte. 

Het was een combinatie van factoren, niet alleen had ik teveel hooi op mijn vork, ik voelde me ook regelmatig eenzaam als ik een avondje alleen op mijn kamer zat. Verder heb ik de verschrikkelijke eigenschap dat het me soms de hele dag niet lukt om iets nuttigs te doen en dat ik me daar dan ‘s avonds enorm schuldig en slecht over ga voelen in plaats van dan toch nog even aan de bak te gaan. Al met al was het niet wat de meeste mensen zich voorstellen als ze denken aan “de mooiste tijd van je leven”. Ik was niet echt depressief, maar echt gelukkig was ik ook niet.

Gelukkig heb ik hele toffe mensen om mij heen en blijkbaar vonden ze het niet erg als ik ze rond een uur of 2-3 ’s nachts wakker belde (ik heb daar mijn twijfels over maar ik weet wel zeker dat ze altijd voor me klaar zouden staan). Uiteindelijk had ik door dat het niet veel langer zo door kon gaan en ben ik naar mijn mentor gegaan. 

Laat ik even zeggen dat ik net zo’n hekel heb als de rest aan ervaringskaarten en CANMED competenties en alles wat ook maar naar EPASS ruikt. Maar door de hulp die mijn mentor mij toen heeft geboden staat het toch wel allemaal een beetje in perspectief. Ik moet nog steeds mijn best doen om alle extra curriculaire activiteiten te combineren met sporten en vrienden over het hele land en daarbuiten en de studie zelf, maar het gaat al stukken beter.

Mocht jij je niet helemaal super voelen, en je wilt er graag over praten (ik kan het alleen maar aanraden), dan hoop ik dat je die stap durft te zetten. Zoek een vriend of vriendin, je vader of moeder, je broer of zus, iemand waarbij je je veilig en vertrouwt genoeg voelt om erover te praten. Zeker voor de heren onder ons, praten over gevoelens is niet makkelijk. Maar het helpt echt. 

Misschien denk je, “Ja, maar zo’n band heb ik niet met mijn vrienden en familie.” Dat snap ik, het is niet niks. Je kunt bijvoorbeeld ook naar de huisarts gaan om gewoon even te praten.  Tijdens CORE heb je misschien wel gehoord dat er mensen zijn die naar de huisarts komen om alleen even te praten. Daar is niks mis mee. De universiteit heeft ook zijn eigen psychologen, neem hier eens een kijkje. Daarnaast is er nog @ease, een organisatie waar je (online of fysiek) lang kunt komen voor een praatje als je graag je verhaal kwijt wilt. Getrainde vrijwilligers kunnen naar je luisteren en advies geven, als jij dat wil. Klik hier voor hun website.

Om dit artikel toch nog een beetje een positief einde te geven wil ik wel benadrukken dat het gaan van de zomer en het komen van de winter niet alleen maar deprimerend is, maar dat de winter  ook enorm fijn kan zijn.

Wat dacht je van die hele fijne, zachte, oversized hoodie, die je eindelijk weer aan kan? Of wat dacht je van met een dekentje op de bank zitten, compleet met kopje thee of warme chocolademelk (met slagroom en marshmallows als je echt wilt genieten van de winter) en een heerlijke feelgood film?

Wat dacht je van de regen die tegen je raam tikt als je gaat slapen, of de sneeuw die alles er zo mooi uit laat zien (zolang je maar niet naar buiten hoeft)? Wat dacht je van de roodgele blaadjes aan de bomen, of het knisperende geluid wanneer je op een heel droog blaadje gaat staan?

Of wat dacht je van pepernoten, feestdagen en cadeautjes? Wat dacht je van gezellig met je familie lekker eten en onbeschaamd meeblèren bij alle foute kersthits? Wat dacht je van oud-en-nieuw, met vuurwerk en een nieuw begin? Ik krijg er al zin in.

Dag lieve zomer, tot volgend jaar.