Hallo beste lezers! Ik zal me eerst even voorstellen, mijn naam is Joris van Buul en ik ben het nieuwste RedacCie lid (tot de uitslagen van de joriseerstejaarssollicitaties). Jullie kunnen mij kennen als lid van de EJC van vorig jaar, of als huidige voorzitter van de PromoCie. Maar dit jaar kunnen jullie af en toe ook een artikel op de website van mij verwachten. Deze week lezen jullie over mijn avontuur in de Franse gezondheidszorg. Veel leesplezier!

Maar, om mij voor te stellen aan een reeks geneeskunde studenten zal ik ook wat vertellen over mijn medische voorgeschiedenis. Naast de nodige keelontsteking en dergelijke, zien we ook een wat minder voorkomende episode: pyelumplastiek. Voor degenen die zich nog niet verdiept hebben in de urologie, het is een operatieve ingreep om een vernauwing van de urineleiders ter hoogte van het nierbekken op te lossen. Het vernauwde deel wordt weggehaald en er wordt een nieuwe verbinding gemaakt tussen het nierbekken en de urineleider. Ik was 2 toen ik geopereerd werd, dus veel weet ik er niet meer van. Wat ik wel nog weet zijn de jaarlijkse controles, ik had namelijk een kans op hypertensie. Tot mijn 18e ben ik jaarlijks op bezoek geweest bij de kinderarts, maar tot op de dag van vandaag ben ik nog kerngezond. Ik heb dus wel al een beetje een beeld van de Nederlandse gezondheidszorg.

Maar nu over mijn avontuur in de Franse gezondheidszorg, en ja, de titel van dit artikel verwijst naar dat soort trip. Om een beeld te schetsen, ik was in de zomer van 2016 bezig met voorbereidingen om de Mont Ventoux op te fietsen, een berg in het zuidoosten van Frankrijk die wel bekend zal zijn onder de wielrenfans onder ons. Ik ging met de stichting Groot Verzet Tegen Kanker daar de berg op fietsen, het sponsorbedrag dat ik bij elkaar had verzameld ging gedeeltelijk naar het KWF en gedeeltelijk naar een lokaal doel. In mijn geval was dat het prachtige Toon Hermans Huis Weert. Het Toon Hermans Huis is een plek waar mensen met kanker, of met iemand in hun omgeving die kanker heeft, terecht kunnen voor allerlei activiteiten, of een kop thee en een fijn gesprek. Samen met een groep jongeren van de scholen van Weert gingen wij, als Toon’s Toppers, die berg bedwingen. Ik had een fiets geleend van mijn oom, bij wie zijn professionele en gezinsleven in de weg kwamen van zijn wielrennen.

Als 16 jarig jongetje keek ik mijn ogen uit in het berglandschap, we hadden wel getraind in de Zuid-Limburgse heuvels (denk aan de Keutenberg, de Cauberg en de Eyserbosweg), maar dat was niks vergeleken met het ruwe gesteente wat we daar zagen. Twee dagen voor de big day waar we al maanden naar toe leefden, deden we een trainingsrondje in het omgelegen berggebied. Dat was heel andere koek dan de maïsvelden waar ik fietste om naar de middelbare school te gaan. Ik was zelfs zo afgeleid, dat ik langzaam maar zeker richting de berm dwaalde want ik keek de andere kant naar het uitzicht. Daar ging ik. In een paar seconden reed ik de afstand tussen mij en de berm (die zo’n 15 cm lager lag dan de geasfalteerde weg) dicht. Shit, ik zit in de berm. Paniek slaat toe, in mijn hoofd denk ik terug aan de training en wat ik moest doen als ik in de berm kwam. Met flinke kracht je stuur optillen en weer terug op de weg zetten. Ik doe tevergeefs nog een poging, maar ik kom niet hoog genoeg om vanuit de hobbelende berm terug de weg op te komen. Dan ligt er een rotsblok in de berm. Zoals je misschien wel verwacht, 1-0 voor het rotsblok. Ik vlieg over de kop, en kom op onbekende wijze met mijn hoofd tegen een steen aan. Het enige wat ik me herinner is: berm, paniek, knal. Ik ben nog met ondersteuning naar de andere kant van de weg kunnen lopen waar ik veilig zat om te wachten op de ambulance.

Ik zeg ambulance, maar wie mij een tijd later kwam halen was zowel de lokale brandweer, als ambulance in één wagen. Hoewel ik al kon staan en voorzichtig ook wel zelf kon lopen werd ik toch helemaal ingepakt en op de brancard geladen. Besef even dat het eind augustus was, in zuidoost Frankrijk. Ik kan de weerberichten van Montbrun-les-Bains niet meer voor de geest halen, maar warm was het wel. Laten we zeggen dat ik dat nou niet bepaald nodig vond. Eén van onze begeleiders, Brechtje, is fysiotherapeute. Zij gaat met mij mee naar het ziekenhuis. Eenmaal daar (behoorlijk bezweet) aangekomen, worden er eerst röntgenfoto’s gemaakt, en daar zien we al meteen een verschil, daar zitten de radiologie medewerkers op slechts een paar meter van mij af, met niks meer dan een heup-hoog muurtje tussen ons in. Het ALARA-principe (As Low As Reasonably Achievable, de werkwijze omtrent straling op de afdeling Radiologie) zal bij onze Franse collega’s dan ook geen belletje doen laten rinkelen. Vervolgens word ik weggebracht om mijn wonden schoon gemaakt te laten worden door de verpleging. Nu vindt Frankrijk deze lachgas-discussie die nu een paar maanden speelt blijkbaar niet zo interessant, want ik heb daar, hoewel ik geen besef van tijd meer heb, toch een halfuur mogen genieten van een steady dosis lachgas als verdoving. Nu moet ik toegeven dat ik op feestjes ook wel eens een ballonnetje heb geprobeerd, maar dat heeft allemaal niet opgeleefd tegen die verdoving. Maar effectief was het wel, pijn heb ik niet gevoeld.

Nu wil ik wel een goed woordje doen over de Franse verpleging, die met hun uiterst beperkte Engels steeds vragen of het pijn doet, als ik weer in een lachbui schiet omdat hun watjes en dingetjes enorm kietelen in mijn toestand. Met een vijftal hechtingen en mijn gezicht in het verband, kreeg ik ook nog een neckbrace voor ondersteuning, omdat ik mogelijk ook nog een lichte hersenschudding heb opgelopen met mijn salto van enkele uren voorheen. Hier was Brechtje niet over te spreken, dus die moest af het moment dat wij het ziekenhuis uit stapten. Nu heb ik Brechtje in dit traject best goed leren kennen en hoorde je mij niet tegenstribbelen toen dat lompe ding af mocht. Ik vertrouwde haar volop en ik was nog niet bepaald beste vrienden met dat ding geworden in de tijd die we samen door hadden gebracht.

’s Nachts werd ik elk uur wakker gemaakt vanwege mijn mogelijke hersenschudding, veel slapen deed ik toch niet, ik was enorm gespannen. Ik was er goed vanaf gekomen, de fiets had de grootste klap opgevangen, die had het helaas niet overleefd (sorry ome Rob!), maar was ik er goed genoeg mee weg gekomen om twee dagen later fit genoeg op de fiets te stappen? De dag na de training gingen de wandelaars de berg op, dit heeft me veel goeds gedaan. Alle inspirerende verhalen van deelnemers en het enthousiasme van de hele groep heeft me enorm veel moed gegeven. Toen wist ik: ik ga het toch zeker proberen.

En dan sta ik aan de start, nog geen 48 uur na mijn salto. Mijn instelling was ondertussen veranderd van ik ga het proberen, naar als ik begin, dan maak ik het ook af. Met dank aan Toon’s Toppers ben ik gestart en ben ik gefinisht. Mijn verband was eigenlijk iets te lang niet verschoond en daarbij kwam dan ook nog het nodige zweet van die beklimming, een opsomming die als resultaat een heel smerig lapje stof op mijn gezicht gaf. Met het verband op mijn gezicht en een medaille om mijn nek heb ik met een lach en een traan op de top van de Ventoux gestaan.

Vanuit het ziekenhuis hadden wij de röntgenfoto’s meegekregen, omdat de dienstdoende radioloog vond dat mijn nieren een ‘rare vorm’ hadden. Eenmaal terug joris2thuis ben ik dus naar de huisarts gegaan om mijn hechtingen te laten verwijderen en om die röntgenfoto’s te laten zien. Even terug naar de pyelumplastiek, bij mijn jaarlijkse controles zat ook een echo van de nieren, urineleiders en blaas. Mochten mijn nieren nu een ‘rare vorm’ hebben, had ik wel verwacht dat de lieve mensen van het St. Anna Ziekenhuis te Geldrop dat in een van die 16 echo’s wel opgemerkt zouden hebben. Dus daar had de huisarts ook niks op aan te merken.

Uiteindelijk is de fiets gesneuveld, ben ik met verband op een leenfiets gestapt en heb ik de top toch nog bereikt. Ik ben naast een litteken ook een hele ervaring rijker. Als aanstaande dokter is het onwijs leerzaam om de gezondheidszorg ook een keer van de andere kant gezien te hebben, dus ergens ben ik wel blij dat ik zo ontzettend heb genoten van het uitzicht tijdens het trainingsrondje.