tamarJe hart gaat sneller kloppen, je kan alleen maar aan die ene persoon denken en je mist hem of haar als hij/zij niet bij je is; verliefdheid. Iedereen heeft het wel eens meegemaakt, maar veel verder dan dat het te maken heeft met gelukshormonen komen de meeste mensen (en ikzelf) niet. En voor ons als geneeskundestudenten is dat toch best interessant.

Vanuit de wetenschap wordt verliefdheid gezien als een handig hulpmiddel om ervoor te zorgen dat de mens blijft bestaan. Als mensen verliefd op elkaar wordenkomen ze bij elkaar en zullen ze zich daarna gaan voortplanten. En door die voortplanting sterven we dus niet uit. Evolutionair gezien dus super handig!

Laten we beginnen bij het begin: het kiezen van een partner. Je tot iemand anders aangetrokken voelen gaat eigenlijk onbewust. Vanaf het moment dat je ongeveer 8 jaar bent, ga je je een beeld vormen van je toekomstige partner. Goede en slechte ervaringen dragen bij aan dit beeld. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat de meeste mensen uiteindelijk een enigszins gelijkgestemde partner krijgen: dezelfde etnische en sociale achtergrond, vergelijkbaar intelligentieniveau en aantrekkelijkheid, maar ook het delen van dezelfde normen en waarden. Het idee dat tegenpolen elkaar aantrekken klopt dus niet. Uiteindelijk blijven mensen bij elkaar door de overeenkomsten die ze hebben.

En wat maakt dan dat je verliefd bent? Dat zijn verschillende hormonen die vrijkomen: dopamine, noradrenaline, serotonine en testosteron.

De hypothalamus gaat als je verliefd bent fenylethylamine en noradrenaline produceren. Noradrenaline zorgt ervoor dat het sympathisch zenuwstelsel geactiveerd wordt waardoor je de bekende hartkloppingen krijgt, maar het zorgt ook voor meer energie.
Fenylethylamine zorgt ervoor dat je het gevoel krijgt dat je de hele wereld aankan én dat er dopamine wordt vrijgemaakt, wat een gelukzalig gevoel geeft. Dit gebeurt in het ventraal tegmentale gebied, deel van het beloningssysteem. Doordat dit deel van het beloningssysteem is, wil je continu deze stoffen blijven aanmaken en blijf je het gedrag herhalen wat ervoor zorgt dat deze stoffen vrijkomen: bij je geliefde zijn!
Dopamine heeft echter ook een keerzijde: het zorgt voor verminderde eetlust en die roze bril: je geliefde is perfect en heeft geen enkele slechte eigenschap. (althans dat denk je)

Dan hebben we nog testosteron: vrouwen gaan als ze verliefd zijn meer testosteron produceren, waardoor ze meer zin krijgen in seks. Bij mannen is dit juist andersom: hun testosteron daalt, zodat ze gefocust blijven op één vrouw en ze de behoefte verliezen om op andere vrouwen te ‘jagen’.

Als laatste dan serotonine: de serotoninespiegel in je bloed verhoogt als je je geliefde ziet, maar is heel laag als je niet bij je geliefde bent. Deze kan zelfs net zo laag worden als bij iemand met een dwangneurose. Dit verklaart dus ook waarom verliefde mensen zoveel moeite doen om bij hun geliefde te zijn.

Je lichaam kan het helaas niet aan om voor altijd zulke grote hoeveelheden hormonen aan te maken. Langzaamaan ga je steeds minder van deze stoffen produceren. De verliefdheid zakt dan weg. Het kan dan zo zijn dat de relatie dan stukloopt, maar het kan ook zo zijn dat de verliefdheid verandert in houden van.

Maar welke hormonen zorgen dan voor dat houden van? Dat zijn oxytocine en endorfine.
Oxytocine is het zusje van dopamine en heeft eigenlijk ook hetzelfde effect, maar dan iets minder extreem. Altijd als je je partner ziet, zal je oxytocine aanmaken en dit kan je hele leven aanhouden. Je kent oxytocine misschien ook wel van bij de bevalling. Moeders gaan dan ook oxytocine produceren om een band te krijgen met hun kindje.
En dan nog endorfine. Dit maak je ook aan als je bij je partner bent en geven je een comfortabel, rustig gevoel en nemen je angst weg.

Dus het geheim voor een goede relatie is eigenlijk gewoon heel veel dopamine, serotonine, oxytocine en endorfines. Doe er je voordeel mee (of niet).