Geneeskundestudent zijn (en dus later dokter) kent vele voordelen. Zo zeggen familieleden vaak bewonderend “oooh’ of ‘aaaah’ als je vertelt dat je geneeskunde studeert en leren we daadwerkelijk hoe je jezelf gezond moet houden. Op de lange termijn leven we daardoor waarschijnlijk veel langer, want het rijtje risicofactoren voor diabetes kunnen we natuurlijk dromen. Ook weten we dat we echt een verschil kunnen gaan maken in de levens van mensen later. En niet te vergeten gaan we later een goed salaris verdienen. 

Maar helaas zit er ook een minder leuke kant aan het zijn van een Geneeskundestudent. Je komt namelijk ook met moeilijke en verdrietige patiëntverhalen en casussen in aanraking. En door al die verschillende ziektebeelden die langskomen, ligt hypochondrie op de loer. Misschien is die buikpijn wel prikkelbare darmsyndroom? En is dat bultje wel zo onschuldig als het lijkt? Maar ook worden we als student (en later als arts) altijd en overal om medisch advies gevraagd. Echt altijd. En dat is waar we het nu over gaan hebben. 

Vanaf dat ik in jaar 1 zat, begon bij mij het vragenuur al. Een huisgenootje van een vriendin was van de trap gevallen en had last van haar enkel. Ik kreeg via whatsapp een foto van de enkel met de vraag wat ze ermee moest doen en of het erg was. Ik was toen al welgeteld 2 hele maanden geneeskundestudent en had werkelijk waar geen idee. Op dat moment was ik al blij dat ik alle celbiologie van Groei & Ontwikkeling door was gekomen, laat staan dat ik wist wat er nu precies met die enkel aan de hand was. Mijn veilige antwoord was dat ze voor de zekerheid misschien toch maar even langs de huisarts moest gaan. 

En bij dat antwoord ben ik eigenlijk de afgelopen jaren blijven geven. Ja, we leren heel veel in onze opleiding, maar in jaar 1 blijft alles wat we leren toch best wel beperkt tot de fysiologie van het lichaam. En aan de pathofysiologie van jaar 2 heb je eigenlijk ook maar weinig als iemand je vraagt hoe het zit met dat mysterieuze bultje in zijn/haar nek. In jaar 3 gaat het al wel stukken meer over de klinische praktijk en eindelijk heb ik het idee dat ik klinisch kan redeneren. Als iemand dan met een kwaaltje komt, heb ik dan stiekem toch wel zo mijn ideeën.

Maar dan nog zijn wij (nog) geen artsen. We zijn studenten en weten bij lange na nog niet alles. We hebben nog lang niet zoveel praktijkervaring. Wel hebben we natuurlijk onze grote vriend google. De inhoud van mijn casussen komt deels uit boeken en deels van google. De kundigheid om een goed onderscheid te maken tussen een goede bron (NHG, thuisarts, apotheek) en een slechte bron (Annie’s gezondheidsmiddeltjes) is er en ik kan ook echt wel zinnige dingen zeggen over bepaalde klachten en kwaaltjes. Maar om iemand af te raden om naar de huisarts te gaan ‘omdat het waarschijnlijk niet ernstig is’, dat durf ik toch nog niet. Want ik ben ook nog geen echte dokter, maar student. En het voordeel aan student zijn is dat er nog fouten gemaakt mogen worden en dat we het nog niet altijd bij het juiste eind hoeven te hebben. Er is altijd nog iemand anders eindverantwoordelijk. En dat is het gevaarlijke als een tante advies vraagt over haar pijnlijke vinger, want dan is er niemand die nog even checkt of het wel allemaal klopt. 

Maar niet alleen als student kom je in aanraking met mensen die op feestjes graag jouw medische advies willen. Als dokter later is het misschien nog wel erger. En dan kom je niet meer weg met de smoes dat je het nog niet over dat bepaalde onderwerp gehad hebt. Nu heb ik ooit een artikel gelezen over een arts die ook altijd hele verjaardagen over medische kwaaltjes van de andere feestgangers stond te praten. Hij wilde op feestjes ook graag eens over wat anders praten en bedacht daarom de perfecte oplossing. Hij zei tegen iedereen die medisch advies wilde dat die persoon zich dan maar even uit moest kleden voor een lichamelijk onderzoek, omdat hij er anders geen uitspraak over kon doen. Dat schrok de meeste mensen wel af. 

Nu is het natuurlijk niet zo dat het altijd vreselijk is als mensen om medisch advies vragen. Ik vind het zelf stiekem altijd best wel leuk als iemand met een casus naar mij toe komt, omdat dit toch voorbeelden uit de echte praktijk zijn (waar we in de bachelor nog niet zoveel mee in aanraking komen) en je zo toch al lekker een beetje klinisch kan redeneren. Echte uitspraken over deze problemen doen, vind ik dan toch wel lastig en ik zeg eigenlijk altijd tegen iedereen dat ze toch maar naar de huisarts moeten als ze het zeker willen weten. En als ik dan zelf echt arts ben over een aantal jaren, mogen ze natuurlijk altijd bij mij op het spreekuur komen met hun klachten en kwaaltjes.

Misschien ook interessant