Ik loop tijdens mijn dagelijkse wandeling door de straten van de buitenwijken van Maastricht. Het is rustig, want iedereen blijft thuis. Ook de studenten zijn verdwenen, allemaal onderdak gevonden bij hun ouders. De enige mensen die ik langs zie komen zijn fietsers op weg naar de supermarkt, koppels die de hond uitlaten en mensen zoals ik die eindelijk de tijd hebben om aan hun conditie te werken. Ik denk terug aan de tijden dat we nog met z’n allen op elkaar zaten, hier in ons dichtbevolkte kikkerlandje. Ik denk aan massa’s mensen die niet meer dan een dag alleen kunnen zijn. Terwijl ik rondloop, denk ik aan wat er goed is aan grote groepen mensen en wat er allemaal fout kan gaan. Denk je met me mee? Lees dan verder.

Als iedereen van de brug springt, doe jij dat dan ook?

Mijn vader is absoluut verliefd op deze uitdrukking. Ik weet niet hoe vaak hij ‘m wel uit zijn broekzak heeft gehaald als ik weer iets samen wilde doen waar hij het niet mee eens was, alsof het een vrijstelling was voor wat voor tegenspraak dan ook. Hij gebruikte de uitdrukking zelfs zo vaak dat ik uiteindelijk direct een weerwoord paraat had. Ik kwam uiteindelijk uit op: “Ligt eraan, als ze de sprong overleven is het misschien wel een geweldige ervaring, net zoals base- of bungee jumping. Waarom zou ik dat willen missen?.”

Het punt is, uitdrukkingen als deze of vergelijkingen met kudde schapen laten denken dat iedereen enkel als individu moet leven en keuzes moet maken. Meegaan met de groep wordt zo als iets slechts bestempeld. Maar dat hoeft helemaal niet. We zijn sociale dieren; we kunnen niet altijd alles in ons uppie doen. Tuurlijk moet je je eigen grenzen niet overschrijden, maar soms kan een groep je eigen verwachtingen verrassend verbreken. Ik heb al zo vaak gehad dat ik eigenlijk liever thuis zit dan dat ik ga stappen met mijn vrienden. Maar dat ik dan toch ga en uiteindelijk de nacht van mijn leven heb. Je kunt wel je hele leven je vasthouden aan je eigen meningen en interesses, maar zo heb je nooit de mogelijkheid om nieuwe dingen te ontdekken. Dus volg die groep lekker, doe domme dingen en maak fouten. Alleen is het leven ook zo saai.

De keerzijde van de munt

Denk nu niet dat ik jullie soort van moreel wil verplichten om de groep te volgen. De andere kant van het verhaal is ook waar: het kan ook goed zijn om juist af te buigen van de rest. Om dit even te illustreren wil ik een voorbeeld aandragen: Anders Hofman. Ik heb deze Deense atleet de afgelopen maand gevolgd met zijn missie om te doen wat geen ander persoon ooit had gedaan: de Iron Man. Dat is een triathlon afstand waarbij er 3.8 km wordt gezwommen, 180 km gefietst en een volle marathon gelopen; allemaal achter elkaar. Gigantisch uitputtend natuurlijk. Maar de Iron Man zelf wordt jaarlijks door duizenden mensen gedaan, wat maakt Hofman dan zo speciaal? Hij deed het in Antarctica. 72 uur lang trotseerde hij daar de elementen, constant in beweging. Hij deed iets wat geen ander mens ooit had gedaan. Hij boog af van de rest. Hij deed zijn eigen ding. Zijn levensmotto is: “limitations are perception”

Punt is, we kunnen een redelijk leven leiden door te doen wat iedereen doet. Het is namelijk makkelijk, er zijn niet veel risico’s en je voelt je meer geaccepteerd door de groep. Voor sommige mensen is dat ook helemaal prima, begrijp me niet verkeerd. Anderen zoeken juist graag de uitdaging op, verleggen hun grenzen en dagen hun eigen verwachtingen uit. Neem een keer een groot risico, zoek ongemak op en leer er van. De gave om ons op die manier mentaal en fysiek te ontwikkelen, dat is nou pas echt menselijk.

Terwijl ik dit vorige stukje schreef, dacht ik meteen aan een stukje poëzie van Robert Frost uit zijn gedicht “The road not taken”:

I shall be telling this with a sigh
Somewhere ages and ages hence:
Two roads diverged in a wood, and I—
I took the one less traveled by,
And that has made all the difference.


Kopen, kopen, kopen

Goed, nu ik mijn hele gedachtespoor kwijt ben door het filosoferen over groepsdynamiek, wordt het wel tijd om te kijken naar de titel van dit artikel: wanneer massa’s het fout doen. Het eerste waar ik het over wil hebben, is er een die ons in deze tijden van crisis vast en zeker is opgevallen. Toiletpapier. Ja, je moet voortaan vroeg uit je nest rollen om nog wat rollen in de winkel te kunnen vinden. Ook zeep en paracetamol worden massaal ingeslagen. Ik kan me dan nog wel goed voorstellen dat men meer schoonmaakmiddelen in huis willen hebben om nu zo hygiënisch en veilig mogelijk te zijn. Maar wc-papier en blikvoedsel hamsteren, waar is dat voor nodig? Dat heeft, denk ik, te maken heeft met kopieergedrag, wat een perfect voorbeeld is als je het hebt over de nadelen van een massa. In het begin van de COVID-19 crisis werd er door een klein aantal mensen toiletpapier gehamsterd, waardoor er minder in de schappen lag. Ook werd er veel nieuwsaandacht aan besteed. Als je daar dan van hoort, denk je bij je zelf: “tja, als iedereen het koopt, dan moet ik het ook kopen, want dan zal het wel belangrijk zijn”. Of het kan het zijn dat je het juist meer gaat kopen, omdat je bang bent dat het dadelijk helemaal op is. Hamsteren om de hamsternood voor te zijn dus.

Als validatie voor ons gedrag kijken we naar wat anderen doen. Als iedereen het doet, moeten wij het ook maar doen. Al die andere mensen kunnen het toch niet fout hebben? Soms wel, en soms ook niet. Maar de consequenties kunnen groot zijn.

Iemand anders doet het wel

Hoe meer mensen er bij een ongeval aanwezig zijn, hoe kleiner de kans is dat het slachtoffer geholpen wordt. Het klinkt misschien paradoxaal, maar dit schokkend fenomeen is wetenschappelijk bewezen door onderzoekers Bibb Latane en John Darley. Het klassieke voorbeeld van dit bystander effect is die van Catherine Genovese. In 1964 werd zij aangevallen en gestoken met een mes, net voor haar appartementencomplex. 38 getuigen hoorden haar geschreeuw om hulp, maar het duurde wel dertig minuten voordat de politie gebeld werd. Ze overleed voordat de hulpdiensten bij haar konden komen.  

Ik heb dit effect zelf ook meegemaakt, toen ik op straat een man moest reanimeren vorig jaar. Deze bewusteloze man lag daar al minstens een kwartier voordat ik langskwam, met een man of 5 om hem heen. Er werd mij verteld dat de man stomdronken was, maar achteraf bleek het dat niemand überhaupt had gecontroleerd of dat wel klopte en of hij wel ademde. Iedereen die er bij was ging ervan uit dat dat al gedaan was door iemand anders. Niemand nam de verantwoordelijkheid, waardoor de man te lang daar lag voordat er werd geholpen. En dat is de wortel van het probleem. Er is sprake van een zogenaamde diffusie van verantwoordelijkheid, wat zo’n beetje betekent dat er wordt gedacht dat de verantwoordelijkheid voor handelen wordt gedeeld door iedereen die aanwezig is. Men denkt dan dat vast iemand anders wel de actie heeft ondernomen om voor hulp te zorgen. “Als ik de man in mijn eentje zou hebben gezien, had ik sowieso 112 gebeld, dus dat moet al gedaan zijn”, wordt dan gedacht. Een andere reden is dat, zoals eerder beschreven, mensen elkaar gaan kopiëren met de gedachte: “Als niemand de man helpt, dan zal er wel geen hulp nodig zijn”. In zulke noodsituaties wordt dit effect versterkt, omdat de drempel hoog ligt om de verantwoordelijkheid te nemen. “Wat als er iets mis gaat, weet je wat, laat iemand anders het maar doen.”

Bedankt voor het lezen.

Misschien ook interessant!