portret1Het is vrijdagmiddag, tijd om terug te keren naar Brabant, maar deze keer blijf ik iets langer in de trein zitten. Ik ben namelijk niet op weg naar het beeldschone Budel, maar naar Geldrop, mijn geboorteplaats waar ik eigenlijk niet veel meer weet te vinden dan het ziekenhuis. Gelukkig is dit ook precies mijn bestemming voor vandaag.

Hier ben ik dus geboren, en elk jaar na mijn 2e op controle geweest bij de kinderarts,  nee mijn kinderarts: Dr. Kok. Zij heeft mij van geboorte tot mijn 18e gezien, en ook al was er nooit iets aan de hand en vond ik het meestal een beetje nutteloos, ging ik er wel altijd met plezier heen.

Eenmaal in het ziekenhuis gekomen moet ik me even oriënteren maar al snel vind ik mijn weg voor de zoveelste keer naar de polikliniek kindergeneeskunde. Opgelucht neem ik plaats in de wachtkamer want ik zie dat deze wel vernieuwd was tegenover de laatste keer dat ik er was. En maar goed ook, want daar vond ik, zelfs toen ik de juiste leeftijd had, echt helemaal niks aan.

Ik word gehaald door Dr. Kok en we nemen plaats in één van de spreekkamers:

Ik zou graag beginnen door te vragen hoe lang u al werkzaam bent als kinderarts? Nu al 20 jaar.

Ik hoor van veel mensen dat ze na zes jaar geneeskunde nog niet het gevoel hebben dat ze echt dokter zijn, ik vroeg me af wat het verschil is in wat je echt leert als coassistent en als AIOS? Dat is ook zo haha, in mijn tijd hadden we eerst een heleboel theorie, gevolgd door twee jaar coschappen, waar je de praktijk zou leren. In Maastricht is dat anders, daar begin je in je eerste jaar al met patiëntencontacten, nu hadden wij dat ook wel, maar niet zo intensief als jullie. Die methode is over de jaren heen veranderd. In je coschappen kom je wel overal een keer terecht en je begint dan wel te zien van dit ligt me wat beter of het andere wil ik zeker niet. Op die manier ga je kiezen en rol je door [in die specialisatie]. Ik heb in dat opzicht wel geluk gehad, waardoor ik eigenlijk steeds op de goede momenten ben doorgerold en uiteindelijk in de opleiding tot kinderarts terecht ben gekomen. 

De keuze voor kinderarts was voor u wel duidelijk dan? Ja, ik kan me nog herinneren dat ik een oud poesiealbum heb gevonden waarin iemand had geschreven: “ik hoop dat je een goede dokter wordt.”. Dus het zat er wel al vrij vroeg in. Nu denk ik wel af en toe van wat had ik anders kunnen of kan ik anders doen. Het nadeel van geneeskunde is dat het beperkt is, als je aan geneeskunde begint dan zal 80 of 90 procent arts worden. Terwijl als je aan een andere opleiding, wiskunde of zo, begint dan zullen acht mensen uit je eerste jaar in totaal op tien andere plekken terecht komen bij wijze van spreken.

Ja dat begrijp ik heel goed, maar ik krijg wel vaak de vraag van weet je al wat je wilt worden en dan denk ik er zijn pak en beet 30 specialismen, daar weet ik echt nog niet wat ik het leukst vind. Bent u na 6 jaar meteen de kindergeneeskunde in gegaan, geen tijdje ANIOS, pHD of iets dergelijks? Ik ben wel meteen de kindergeneeskunde in gegaan, je moet echt wel heel goed of heel slim of heel veel andere dingen gedaan hebben wil je meteen in de opleiding stromen. Dat zijn er wel een paar, maar ik was daar niet een van. Ik ben eerst begonnen als assistent ANIOS, wel in de kindergeneeskunde. Heel veel mensen gaan eerst een jaar op de SEH of iets anders doen maar ik kwam wel meteen terecht in het vak waar ik ook zou blijven.

En wat was dan het verschil tussen u als ANIOS en de mensen die wel in de opleiding tot kinderarts waren? Geen! Je doet eigenlijk hetzelfde werk, alleen als je in opleiding bent heb je wel een doel voor ogen, in die vijf jaar groei je meer en meer. Als ANIOS groei je ook, maar als je dan na twee, drie jaar niet de opleiding binnen bent gekomen, dan ga je een ander vak kiezen. Er zit geen verschil in werkzaamheden die je wel of niet mag doen, alleen is na een jaar je contract verlopen en als je in opleiding bent dan ben je vijf jaar met een doel bezig. 

Wat ik interessant vind aan de kindergeneeskunde is dat als je patiënten meerdere jaren ziet veranderd het consult in het verloop der jaren, je zult steeds meer met de patiënt zelf kunnen praten in plaats van met de ouders, kunt u daar wat over vertellen? Met een baby kun je wel communiceren, maar het gesprek voer je dan echt met de ouders, bij een kind zal je al steeds meer het gesprek verplaatsen naar het kind zelf. Je hebt eigenlijk altijd drie patiënten in de spreekkamer, vader, moeder en het kind. Je moet veel overleggen, want op dit moment bepalen de ouders nog. Vanaf 12 moet het kind meegenomen worden in de beslissing, in begrijpelijke taal en vanaf 16 wordt het steeds meer dat het kind echt bepaalt. Vaak zie je de ouders wel mee komen maar er zijn ook kinderen die hier alleen binnen komen en de ouders daar in de wachtkamer laten. Je moet dus steeds meer afspraken maken met de patiënt zelf. Waar we nu naartoe gaan en waar jij ook meer mee te maken zult krijgen is dat we meer een coach worden en kijken van wat gaan we doen, wat gaan we bereiken en hoe gaan we dat doen. De manier van consult voeren verandert dus ook de laatste tijd.

U zegt al dat u altijd drie patiënten in de spreekkamer heeft zitten, merkt u ook wel eens dat u probeert het gesprek aan de patiënt te richten maar dat u alleen het verhaal van de ouders te horen krijgt? Ja, de ouders hebben soms een andere mening en het kind zit daar dan maar, maar je probeert dan het kind wel meer en meer te betrekken. Kinderen met chronische aandoeningen, zoals diabetes of astma, zullen na hun 18e naar een andere specialist of terug naar de huisarts gaan en zijn dan veel meer zelf verantwoordelijk voor hun eigen zorg. Daar proberen we dan ook naartoe te werken.

Zijn er dingen waar u pas later achter kwam dat die ook deel waren van uw vak, dus waar u van tevoren niet bij had stilgestaan dat dat er ook bij hoorde? Nou toen ik ooit begon had ik niet door dat het zo lang was haha. Je weet natuurlijk wel dat het lang is, werktijden zijn tegenwoordig allemaal veranderd maar als assistent werk je 60, 70 uur makkelijk. Dat is iets waarvan ik toen ik achttien was niet realiseerde dat dat de werkelijkheid was. Door het werk dat je dan doet heb je minder tijd voor de kinderen, voor huisje boompje beestje, dat is echt een balans die je moet vinden. Maar ik heb er nooit spijt van gehad, dat is wel het leven dat je leidt.

U noemt al de privé/werkbalans, als u dan een heftige situatie bij een patiënt meemaakt kunt u dat dan los laten als u weer naar huis gaat? Niet altijd, je neemt het eigenlijk altijd wel mee, maar je probeert het geen invloed te laten hebben op je leven thuis, maar als het hier druk is val ik bijvoorbeeld makkelijker uit naar mijn kinderen haha, of soms heb je even wat minder tijd voor ze omdat het werk toch theoretisch voor gaat. Het is niet altijd makkelijk om de knop om te draaien, zeker niet als je een heel zieke patiënt hebt gehad. Maar als ik alles heb gedaan wat ik kan doen dan kan ik daar over het algemeen wel genoegen meenemen.

Dan vroeg ik me nog af of u als (kinder)arts er anders in staat als uw kinderen zelf ziek zijn? Ja ik behandel ze slechter haha, ik zeg vaak van dat gaat wel over, eigenlijk het tegengestelde van wat ik hier doe, hier neem ik alles heel serieus. Maar bij mijn kinderen denk ik dat het wel meevalt, maar het is wel voorgekomen dat ik dan uiteindelijk toch met ze naar de huisarts ging en dat ze dan toch een blindedarm ontsteking had. 

Heeft u nog adviezen voor mensen die geïnteresseerd zijn in de kindergeneeskunde en die die optie ook overwegen? Ik zou het doen! Nog steeds. Ik zou wel kijken naar de irregulariteit van het vakgebied, hier hebben we veel avond/nachtdiensten. Wij moeten bij elke geboorte ’s avonds aanwezig zijn, of als een kind ’s nachts benauwd wordt. We doen niet alleen de spreekuren en de chronisch zieken, maar ook de spoedeisende gevallen, septische shock of ernstige benauwdheid.

Als laatste heb ik een hele flauwe vraag, die bij ons altijd terugkomen als wij binnen de vereniging ergens voor gaan solliciteren, de creatieve vraag. Aan u wilde ik dan de vraag stellen, als u een voorwerp uit het keukengerei zou zijn, wat zou u dan zijn en waarom? Uhm… Die vraag heb ik nog nooit gehad, maar ik denk dat ik voor een klein scherp aardappelschilmesje ga. Die is altijd handig, voor een hele boel dingen kan ik hem gebruiken tot aan het snijden van vlees zelfs, als ik op de camping zit. En je kunt hem altijd makkelijk meenemen!

Dan wil ik u nog heel hartelijk bedanken en misschien tot ziens in mijn coschappen! Graag gedaan, en inderdaad misschien tot ziens!

Misschien ook interessant