Als geneeskunde student zijn er een paar vragen die je steeds maar weer gesteld krijgt, zoals: “Wanneer kunnen we de practica voor volgend blok inplannen?”, “Zijn de slimstuderen boekjes al binnen?” en dan vooral van mensen buiten de opleiding: “En weet je al welke richting je op wilt?”. 

Bij elke familieverjaardag als je bijna noodgedwongen een praatje maakt met een familielid die nog net weet dat je geneeskunde studeert, en jij weet van hem dat hij de partner is van de broer van je aangetrouwde tante van je moederskant, kun je die vraag wel weer verwachten. Bij de kapper waar je al jaren komt, maar toch elke keer weer opnieuw vertelt wat je studeert omdat ze ook makkelijk honderd studenten heeft gezien sinds de laatste keer dat jij in de stoel zat, kun je hem ook zeker verwachten. Zelfs bij de start van een nieuw blok, bij het altijd even ongemakkelijke voorstelrondje waar de leeftijd en geboorteplaats van je onderwijsgroepgenoten het ene oor in gaan en bij het andere er weer uit, kun je hem van sommige tutoren verwachten. 

En eigenlijk is het ook best logisch, de geneeskunde is heel breed en er zijn heel veel verschillende opties om later uit te kiezen. Daarbij komt nog kijken dat heel veel van de opties na je master ook bekende begrippen zijn voor mensen buiten de opleiding. Als jij zegt dat je graag longarts wilt worden, dan zal de gemiddelde Nederlander daar een beter beeld bij hebben dan dat een student wiskunde aan de TU zegt dat hij de cryptologie in wilt.

Het is ook geen makkelijke vraag om te beantwoorden, in totaal zijn er 38 specialismen geregistreerd bij het Centraal College Medische Specialismen (CCMS), het College voor Huisartsgeneeskunde, Verpleeghuisgeneeskunde en medische zorg voor verstandelijk gehandicapten (CHVG) en het College voor Sociale Geneeskunde (CSG). Daarnaast kun je uiteraard nog promoveren, ANIOS’en, of na je bachelor geneeskunde een andere master naast de master geneeskunde doen. 

Maar toch vind ik het zelf niet altijd even makkelijk om eerlijk te zeggen: “Ik heb echt geen flauw idee.”. Meestal hang ik dan een vaag verhaal op van dat ik nog niks zeker weet, maar dat ik wel een paar dingen weet die me wel interesseren en een paar dingen die me dat niet echt doen (ook al wordt die groep steeds kleiner). Soms maak ik me het er ook makkelijk vanaf: combineer het feit dat de huisartsengeneeskunde mij interesseert met het feit dat bijna 30% van de specialisten en profielartsen huisarts is, is de kans zeker aanwezig dat ik huisarts word. Maar ja, dat geeft niet echt antwoord op de vraag wat ik later wil doen.

Sommige studenten komen de opleiding binnen met een helder idee wat ze willen. Ik was (en ben) niet een van die studenten. Ik ben nu halverwege de bachelor, maar wist ik voordat ik dit artikel schreef dat er een specialisme ziekenhuisgeneeskunde was? Nee. Wist ik wat otorinolaryngologie was? Nee, maar dat kwam eigenlijk doordat ik een moeilijk woord zag wat ik niet meteen herkende, het is namelijk gewoon de opleiding tot KNO-arts. In de bachelor passeren een heleboel specialismen de revue, althans, de theorie ervan. Hoe het is om hier in de praktijk te werken, blijft (zeker in jaar 1 en 2) een vraagteken. Dus nee, ik weet nog niet welke richting ik op wil. 

Aan het eind van mijn basisschool wilde ik de pabo doen, ergens rond 2 VWO wilde ik de fysiotherapie in, pas rond 5 VWO, na een gesprek met een huisarts op een beroepenavond, bedacht ik me dat de geneeskunde misschien ook wel wat voor mij zou kunnen zijn. Ik word persoonlijk heel erg beïnvloed door de mensen om mij heen. Op de basisschool wilde ik meester worden, op de middelbare school werd mij verteld dat de fysiotherapie misschien wel wat voor mij was, en nu is mijn favoriete vakgebied meestal datgene waar het huidige blok over gaat. Mijn voorkeursspecialisme verandert momenteel dus ongeveer net zo snel als een SP van seksualiteit verandert zodra ze in de gaten hebben dat je een aanname hebt gedaan over het geslacht van hun partner. Dus nee, ik weet nog niet welke richting ik op wil. 

Dit alles wilt niet zeggen dat ik niks ben opgeschoten in een voorlopige keuze voor na mijn master geneeskunde (dat ik dat wil doen heb ik wel al besloten), doordat ik het merendeel van de onderwerpen van jaar 1 en 2 zo leuk vind, weet ik in ieder geval dat ik op de juiste opleiding zit. Doordat ik allemaal dingen waarvan ik helemaal niet had gedacht dat ik ze interessant zou vinden, interessant vind, weet ik ook dat het goed is dat ik een open blik houd. Zoals fans van Wie is de Mol weten: tunnelvisie is een bitch. Dus nee, ik weet nog niet welke richting ik op wil. 

Maar dat is oké.

Misschien ook interessant!