Een jurist die regelmatig de wetten overtreedt, een militair die in een bar op de vuist gaat, een politieagent die wordt aangehouden voor openbaar dronkenschap, een psycholoog die pleinvrees heeft, een longarts die kettingroker is. Voorbeeldfuncties zijn alom bekend en komen zeker ter sprake wanneer men zich daar niet naar gedraagt. De laatste tijd is er veel ophef geweest over dergelijke posities in onze maatschappij rondom de coronacrisis. Dat artsen een voorbeeldfunctie bekleden, mag duidelijk zijn. Maar in hoeverre hebben wij als geneeskundestudenten al zulke verantwoordelijkheid?

Het standaard rijtje van voorbeeldfuncties is al langere tijd bekend. Het zijn groepen mensen, voornamelijk beroepen, waarbij een buitenstaander in zeker mate afhankelijk is van de persoon binnen die groep. De groep legt bepaalde normen en waarden op aan de ander. Dit kan bewust gebeuren, zoals een agent die een bekeuring uitschrijft, of onbewust zoals de relatie tussen ouder en kind. Met de ontwikkeling van het internet is er een nieuwe groep aan het standaard rijtje van voorbeeldfuncties toegevoegd: de social influencers. Daarnaast brengt de opmars van het internet echter nog een grotere ontwikkeling met zich mee: het ontstaan van het anonieme burgernet, een collectieve groep van mensen die elkaar voortdurend in de gaten houdt op foutjes uit het heden en het verleden. Zo komen discrepanties in het doen en laten van een persoon met voorbeeldfunctie steeds meer aan het licht.

Ik denk dat veel van jullie al zullen weten welk voorbeeld ik nu wil gaan aansnijden: Minister Ferdinand Grapperhaus. Als Minister van Justitie en Veiligheid trad hij op als een grote speler in het bewaken van de naleving van de corona maatregelen vanuit de overheid. De verbazing was daarom ook groot toen foto’s van zijn bruiloft uitgelekt werden, waarop duidelijk werd dat Grapperhaus zelf zich niet aan de regels hield die hij zo hardhandig handhaafde. Ik houd even de inbreuk van privacy hier terzijde, want dat er foto’s van een privé moment gedeeld worden zonder toestemming is natuurlijk ook uit den boze, maar daar gaat het hier nu niet om. De discrepantie tussen woord en daad is wat hier voor zulke ophef zorgt. Een vanzelfsprekende reactie die ik meermalen heb zien voorbij vliegen was: “Als hij zich niet aan die regels houd, waarom zou ik het dan wel doen?” Ja, je geloofwaardigheid is bij de meeste mensen nu wel zo goed als verdwenen, maar het brengt nog veel ergere gevolgen met zich mee. Personen gaan zich niet meer leven naar de normen en waarde waar Minister Grapperhaus als voorbeeldfunctionaris naar streefde. 

In de nasleep van het hele Grapperhaus fiasco begon ik meer na te denken over voorbeeldfuncties en onze rol als geneeskundestudenten hierin. Zien mensen ons als een voorbeeld voor hoe zij zich zouden moeten gedragen? Als ik kijk naar mijn vrienden en medestudenten, binnen en buiten de geneeskunde, dan lijkt het antwoord ‘nee’ te zijn. Ik gedraag mij niet anders rondom medestudenten en zij niet anders rondom mij. Maar als ik bijvoorbeeld kijk naar patiënten zie ik opeens iets heel anders gebeuren. Wanneer ik mijn witte jas aan heb, ben ik dokter. Het hele ingewikkelde gebeuren van co-assistent, semi-arts, arts-assistent, ANIOS/AOIS en specialist valt binnen het oogpunt van een patiënt in het niet. Witte jas is dokter. Punt. Ik heb een duidelijke voorbeeldfunctie in het ziekenhuis. Ik krijg de moeilijke vragen aan mij gesteld wanneer ik even een bloeduitslag kom vertellen en patiënten kijken me raar aan als ik even op mijn mobiel kijk op de gang van de afdeling. Maar hoe zit het in dat grote, grijze gebied tussen medestudent en patiënt? De groep mensen die niet meer tot mijn eigen groep horen, maar waar ik ook geen duidelijke vertrouwensrelatie mee heb? Of wanneer een patiënt me tegen komt in de supermarkt?

Waar precies die grens ligt of zou moeten liggen, valt over te twisten. Inderdaad, er zijn geen richtlijnen hoe een medisch deskundige zich in de privésfeer zou moeten gedragen. Om nog maar te zwijgen over een geneeskunde student. Ik vind het daarom belangrijk om te vermelden dat het volgende mijn persoonlijke mening en ervaring is. Het staat dus iedereen vrij om zijn eigen mening te vormen en de mijne lekker te bekritiseren. De grenzen van professionaliteit en je als voorbeeld gedragen zijn moeilijk te bepalen, omdat elke situatie anders is. Over een specifieke patiënt praten en die belachelijk maken is natuurlijk niet uit te leggen. Enkel praten over (geanonimiseerde) patiënten in een privé situatie lijkt me nog redelijk, maar hetzelfde te doen in de trein of in een restaurant dan weer niet. Meeluisteraars kunnen immers zaken verkeerd begrijpen, nuances verkeerd interpreteren of direct aanstoot nemen. Persoonlijke keuzes vind ik nog moeilijker in te schatten. Ik heb bijvoorbeeld overgewicht. Is dat in strijd met mijn voorbeeld positie als medisch deskundige? Ik bedoel, ik weet toch dat obesitas voor ontzettend veel medische risico’s zorgt? Idem voor rokers. In hoeverre moet onze persoonlijke vrijheid worden ingeperkt, om maar te voldoen aan de eisen die de maatschappij aan ons stelt als medische professionals? 

Een veelvoudig voorkomend gebeuren de afgelopen maanden is echter iets wat ik fundamenteel in strijd met onze voorbeeldfunctie vind (nadruk op ‘ik vind’): het niet naleven van de corona maatregelen. Ja, want onze Grapperhaus is zeker niet de enige persoon die het niet zo nauw houdt met de coronaregels. Ik geef eerlijk toe dat ook ik niet altijd die anderhalve meter afstand weet te houden. Maar mij zul je niet knuffelend op een huisfeestje zien in deze tijden. Niet alleen omdat ik denk dat ik het niet kan maken om zulke dingen te doen als geneeskundestudent, maar ook gewoon omdat het wettelijk verboden is. Dat maakt voor mij de doorslag dat ook geneeskundestudenten hier een voorbeeld zouden moeten stellen. Net zoals ik als co-assistent word aangezien als arts in het ziekenhuis, worden studenten van de bachelor Geneeskunde, vaak ook al aangezien als dokter. Of in ieder geval toekomstig arts. Wanneer ik dus groepsfoto’s op social media voorbij zien komen van knuffelende geneeskundestudenten word ik een beetje bang. Bang dat er een Grapperhaus-effect op gaat treden. Bang dat mensen die foto’s zien en denken “oh, de artsen doen het ook niet; dan zal het allemaal wel niet zo erg zijn.” Ik vermoed dat ik wellicht sommige mensen met deze mening een beetje op de teentjes trap en voor die mensen wil ik nog het volgende zeggen: wat je doet in je privé-omgeving maakt mij niet uit, je hebt alle vrijheid om te doen wat je wilt. Maar misschien is het een goed idee om je herinneringen van die bijeenkomsten niet openbaar te maken? Lijkt mij in ieder geval een goed compromis.